Tekst
Toen het licht uitging
Al de hele middag waarschuwde het weerbericht voor een zware storm. Tegen etenstijd sloegen de takken van de berk tegen het raam, en de regen kwam bijna horizontaal naar beneden. Jayden zat met zijn zusje Puck op de bank een film te kijken, toen het licht ineens begon te knipperen. Even later werd alles zwart. De tv zweeg, de koelkast hield op met zoemen en de hele straat lag in het donker.
"Geen paniek," zei hun moeder, maar ze klonk zelf ook niet heel rustig. Met het lampje van haar telefoon zocht ze in de keukenla naar kaarsen. Ze vond er maar twee, en een doosje met nog vier lucifers. Hun vader probeerde het nieuws te bekijken, maar ook het internet lag eruit. Na een uur was zijn telefoon bijna leeg, en het eten stond nog half rauw op de elektrische kookplaat.
Toen werd er op de deur geklopt. Het was meneer Postma van hiernaast, met een zaklamp en een ouderwetse radio. "Ik dacht al dat jullie in het donker zaten," zei hij. "Kom maar bij mij, want ik heb een gasstel van de camping." Bij meneer Postma brandden overal kaarsen. Op de radio hoorden ze dat een omgewaaide boom een stroomkabel had geraakt, en dat de monteurs er pas de volgende ochtend bij konden.
Meneer Postma maakte soep op zijn gasstel en vertelde over vroeger. Toen hij klein was, hadden ze thuis geen tv en ook geen telefoon. "Je verveelde je nooit," zei hij, "want er was altijd wel iemand om mee te praten." Hij haalde een spel kaarten tevoorschijn en leerde Jayden en Puck een spel dat ze nog nooit hadden gespeeld. Ze lachten zo hard dat niemand meer aan de storm dacht.
Op de radio vertelde een deskundige dat bijna alles tegenwoordig op stroom werkt: de verwarming, het koken, het betalen en in hoge flats zelfs de kraan. De overheid raadt daarom iedereen aan om thuis een noodpakket te hebben. Daarin horen onder meer water, eten uit blik, een zaklamp met batterijen en een radio die werkt zonder stopcontact. Jaydens vader luisterde aandachtig en keek een beetje beschaamd naar zijn lege telefoon.
Om zes uur 's ochtends sprong het licht weer aan, en de koelkast begon opgelucht te zoemen. Diezelfde zaterdag gingen Jayden en zijn vader naar de bouwmarkt. Ze kochten een zaklamp, batterijen, een radio, een grote doos kaarsen en een spel kaarten. Thuis zetten ze alles in een krat in de gangkast. Puck plakte er een briefje op: "Noodpakket. Niet aankomen!" Daaronder schreef Jayden in kleine letters: "Behalve als meneer Postma komt kaarten."
"Geen paniek," zei hun moeder, maar ze klonk zelf ook niet heel rustig. Met het lampje van haar telefoon zocht ze in de keukenla naar kaarsen. Ze vond er maar twee, en een doosje met nog vier lucifers. Hun vader probeerde het nieuws te bekijken, maar ook het internet lag eruit. Na een uur was zijn telefoon bijna leeg, en het eten stond nog half rauw op de elektrische kookplaat.
Toen werd er op de deur geklopt. Het was meneer Postma van hiernaast, met een zaklamp en een ouderwetse radio. "Ik dacht al dat jullie in het donker zaten," zei hij. "Kom maar bij mij, want ik heb een gasstel van de camping." Bij meneer Postma brandden overal kaarsen. Op de radio hoorden ze dat een omgewaaide boom een stroomkabel had geraakt, en dat de monteurs er pas de volgende ochtend bij konden.
Meneer Postma maakte soep op zijn gasstel en vertelde over vroeger. Toen hij klein was, hadden ze thuis geen tv en ook geen telefoon. "Je verveelde je nooit," zei hij, "want er was altijd wel iemand om mee te praten." Hij haalde een spel kaarten tevoorschijn en leerde Jayden en Puck een spel dat ze nog nooit hadden gespeeld. Ze lachten zo hard dat niemand meer aan de storm dacht.
Op de radio vertelde een deskundige dat bijna alles tegenwoordig op stroom werkt: de verwarming, het koken, het betalen en in hoge flats zelfs de kraan. De overheid raadt daarom iedereen aan om thuis een noodpakket te hebben. Daarin horen onder meer water, eten uit blik, een zaklamp met batterijen en een radio die werkt zonder stopcontact. Jaydens vader luisterde aandachtig en keek een beetje beschaamd naar zijn lege telefoon.
Om zes uur 's ochtends sprong het licht weer aan, en de koelkast begon opgelucht te zoemen. Diezelfde zaterdag gingen Jayden en zijn vader naar de bouwmarkt. Ze kochten een zaklamp, batterijen, een radio, een grote doos kaarsen en een spel kaarten. Thuis zetten ze alles in een krat in de gangkast. Puck plakte er een briefje op: "Noodpakket. Niet aankomen!" Daaronder schreef Jayden in kleine letters: "Behalve als meneer Postma komt kaarten."