Tekst
Moos
Elke woensdagmiddag ging Lina met haar moeder naar het dierenasiel aan de rand van het dorp. Haar moeder werkte daar als vrijwilliger, en sinds kort mocht Lina helpen bij de katten. Ze verschoonde kattenbakken, vulde waterbakjes en borstelde de katten die dat fijn vonden. Haar lievelingskat was Moos, een grote grijze kater van twaalf jaar. Hij zat al bijna een jaar in het asiel.
In het begin was Moos heel schuw. Hij zat altijd achterin zijn hok en blies als iemand te snel naar hem toe kwam. Verzorger Sandra leerde Lina hoe ze hem moest benaderen. "Ga rustig zitten en kijk hem niet strak aan," zei ze. "Knipper af en toe heel langzaam met je ogen, want voor een kat betekent dat: ik doe je niets." Na drie weken knipperde Moos voor het eerst terug.
Weer een paar weken later kroop hij op Lina's schoot en begon hij te spinnen. Het voelde alsof er een klein motortje in zijn buik zat. Sandra legde uit dat katten spinnen met de spieren in hun keel. Die trillen heel snel, zowel als de kat inademt als wanneer hij uitademt. "Meestal betekent het dat een kat zich prettig voelt," zei ze, "maar zieke of bange katten spinnen soms ook, om zichzelf te kalmeren."
Lina vroeg waarom Moos al zo lang in het asiel zat. Sandra zuchtte en vertelde dat de meeste mensen een jonge, speelse kitten kiezen. Oude katten blijven daardoor vaak maandenlang zitten, terwijl ze juist rustig zijn en meestal al zindelijk. Bovendien worden er elk jaar veel dieren afgestaan, bijvoorbeeld omdat mensen gaan verhuizen of omdat het schattige kitten groot is geworden. "Een dier is geen speelgoed," zei Sandra. "Het blijft vijftien jaar of langer bij je."
Thuis kon Lina aan niets anders meer denken. Bij het avondeten vertelde ze over Moos, over zijn langzame knipoog en zijn spinnende buik. Haar vader wilde eigenlijk een jonge kat, die nog achter een balletje aan zou rennen. Lina vertelde wat Sandra had uitgelegd en liet een filmpje zien van Moos op haar schoot. Haar ouders keken elkaar lang aan.
Twee weken later stond er een reismand in de gang. Moos stapte voorzichtig naar buiten, snuffelde aan de bank en verstopte zich meteen onder het bed. Lina ging op de grond zitten en wachtte geduldig. Ze knipperde langzaam met haar ogen, en na een uur kwam er een grijze kop tevoorschijn. Die avond lag Moos op het voeteneind van haar bed. Het motortje bromde tot ver na middernacht.
In het begin was Moos heel schuw. Hij zat altijd achterin zijn hok en blies als iemand te snel naar hem toe kwam. Verzorger Sandra leerde Lina hoe ze hem moest benaderen. "Ga rustig zitten en kijk hem niet strak aan," zei ze. "Knipper af en toe heel langzaam met je ogen, want voor een kat betekent dat: ik doe je niets." Na drie weken knipperde Moos voor het eerst terug.
Weer een paar weken later kroop hij op Lina's schoot en begon hij te spinnen. Het voelde alsof er een klein motortje in zijn buik zat. Sandra legde uit dat katten spinnen met de spieren in hun keel. Die trillen heel snel, zowel als de kat inademt als wanneer hij uitademt. "Meestal betekent het dat een kat zich prettig voelt," zei ze, "maar zieke of bange katten spinnen soms ook, om zichzelf te kalmeren."
Lina vroeg waarom Moos al zo lang in het asiel zat. Sandra zuchtte en vertelde dat de meeste mensen een jonge, speelse kitten kiezen. Oude katten blijven daardoor vaak maandenlang zitten, terwijl ze juist rustig zijn en meestal al zindelijk. Bovendien worden er elk jaar veel dieren afgestaan, bijvoorbeeld omdat mensen gaan verhuizen of omdat het schattige kitten groot is geworden. "Een dier is geen speelgoed," zei Sandra. "Het blijft vijftien jaar of langer bij je."
Thuis kon Lina aan niets anders meer denken. Bij het avondeten vertelde ze over Moos, over zijn langzame knipoog en zijn spinnende buik. Haar vader wilde eigenlijk een jonge kat, die nog achter een balletje aan zou rennen. Lina vertelde wat Sandra had uitgelegd en liet een filmpje zien van Moos op haar schoot. Haar ouders keken elkaar lang aan.
Twee weken later stond er een reismand in de gang. Moos stapte voorzichtig naar buiten, snuffelde aan de bank en verstopte zich meteen onder het bed. Lina ging op de grond zitten en wachtte geduldig. Ze knipperde langzaam met haar ogen, en na een uur kwam er een grijze kop tevoorschijn. Die avond lag Moos op het voeteneind van haar bed. Het motortje bromde tot ver na middernacht.