Mist op het wad
1 / 9
Tekst

Mist op het wad

Bij de dijk van Pieterburen keek Klaas, de wadloopgids, de groep streng aan. 'Regel één: niemand loopt vóór mij,' zei hij. 'Regel twee: niemand loopt bij mij weg. En regel drie: als je de weg kwijt bent, blijf je staan. Wie in de mist gaat lopen, loopt in rondjes.' Jesse rolde met zijn ogen naar zijn neef Bas. Ze waren twaalf, geen kleuters meer.

Toch was de tocht al snel indrukwekkend. Bij eb valt een groot deel van de Waddenzee droog. Dan kun je een paar uur lang over de zeebodem lopen. Klaas wees op wormenhoopjes, mosselbanken en kleine krabben die wegschoten. Hij vertelde dat het wad sinds 2009 werelderfgoed is, net als de piramides in Egypte. 'Maar de piramides lopen niet onder water,' zei hij erbij. 'Over een paar uur komt de vloed terug, en die wacht op niemand.'

Na een uur zag Jesse in de verte iets bewegen. Op een zandplaat lagen drie zeehonden in de zon. Dat was de foto die hij wilde maken! De groep stond net stil bij een geul, en Klaas was druk aan het uitleggen. Niemand zou het merken als hij heel even een stukje opzij liep. Bas riep nog iets, maar Jesse luisterde al niet meer.

Het zand was zachter dan het leek, en de zeehonden waren verder weg dan hij dacht. Toen hij eindelijk zijn telefoon omhoog hield, merkte hij dat de zon verdwenen was. Een grijze wolk schoof over het wad, zo dicht dat hij zijn eigen voeten bijna niet meer zag. Hij draaide zich om, maar de groep was weg. Zelfs de stemmen leken door de mist opgeslokt. Overal om hem heen was alleen maar mist.

Jesses hart begon te bonzen. Hij wilde rennen, maar welke kant op? Toen schoot hem de derde regel van Klaas te binnen. Hij dwong zichzelf om stil te staan, ook al voelde hij koud water langs zijn enkels stromen.

'Klaas!' riep hij zo hard als hij kon. Eerst bleef het stil. Toen hoorde hij, heel zwak, zijn eigen naam. Hij riep opnieuw, en nog eens, en de stem kwam steeds dichterbij. Eindelijk doemde er een gele jas op uit de mist.

Klaas was niet boos, maar zijn gezicht stond ernstiger dan Jesse ooit bij een volwassene had gezien. 'Het wad is prachtig,' zei hij rustig, 'maar het vergeeft geen fouten.' Hij wees naar het water, dat inmiddels tot halverwege Jesses kuiten kwam. Zonder iets te zeggen liep Jesse de rest van de tocht vlak achter de gids.

Thuis bekeek hij de foto die hij op het wad had gemaakt. Er stond niets op, alleen een grijs vlak zonder zeehonden. Bas vond dat hij hem moest wissen, want het was toch een mislukte foto. Maar Jesse bewaarde hem.
Begrijpend lezen
Welke uitspraak over het moment dat Jesse wegliep, klopt?