Het fluitje van oma Jo
1 / 9
Tekst

Het fluitje van oma Jo

Voor haar werkstuk moest Noor iemand interviewen die iets bijzonders had meegemaakt. Noor was elf en had weinig zin in het werkstuk. Ze koos haar overgrootmoeder, oma Jo, vooral omdat die toch altijd thuis was. 'Dat is snel klaar,' zei ze tegen haar moeder. Maar toen ze op zondagmiddag met haar schrift tegenover oma Jo zat, liep het anders dan gedacht.

'Vertel eens over vroeger,' vroeg Noor. Oma Jo roerde langzaam in haar thee. 'Daar valt niet zoveel over te zeggen,' antwoordde ze. Ze begon over het weer, over de buurvrouw en over de prijs van de koffie. Na een halfuur stond er nog steeds niets in het schrift. Noor zuchtte, klapte het schrift dicht en vroeg zich af of ze toch beter iemand anders had kunnen kiezen.

Toen stond oma Jo op. Ze liep naar de kast en kwam terug met een oud blikken doosje. Daarin lag een klein, verroest fluitje. 'Dit was van mijn vader,' zei ze zacht. 'Ik was net zo oud als jij nu, toen het water kwam.'

Daarna vertelde ze over de nacht van 31 januari 1953. Een zware storm joeg het zeewater tegen de dijken van Zeeland. Midden in de nacht werd oma Jo wakker van een vreemd geluid, een soort diep gebrul. Haar vader rende de trap op met haar broertje Kees in zijn armen. 'Naar de zolder, nu!' riep hij. Binnen een paar minuten stond het water beneden tot aan het plafond.

Ze zaten de hele nacht in het donker op de koude zolder. Het water steeg en steeg, en haar moeder bad hardop. Toen het licht werd, sloeg vader met een hamer een gat in het dak. Ze klommen naar buiten en zagen alleen maar water, met hier en daar een dak of een boomtop. Urenlang blies vader op zijn fluitje, telkens drie keer kort. Pas tegen de avond hoorde een man in een roeiboot hen.

'Niet iedereen in ons dorp had zoveel geluk,' zei oma Jo. In die ene nacht kwamen in Nederland meer dan achttienhonderd mensen om het leven. Daarom werden later de Deltawerken gebouwd, enorme dammen die het land nu beschermen tegen de zee.

Noor had niet gemerkt dat ze al die tijd had zitten schrijven. Haar hand deed pijn, en haar thee was koud geworden. 'Waarom heeft u dit nooit verteld?' vroeg ze. Oma Jo haalde haar schouders op. 'Niemand vroeg erom,' zei ze. 'En het doet nog steeds pijn om eraan te denken.'

Bij de deur drukte oma Jo het blikken doosje in Noors handen. 'Neem het maar mee naar school,' zei ze. 'Ik word oud, en iemand moet het onthouden.' Op de fiets naar huis voelde Noor het doosje in haar jaszak. Het voelde zwaarder dan zo'n klein ding kon wegen.
Begrijpend lezen
'Noor had niet gemerkt dat ze al die tijd had zitten schrijven.' Wat laat deze zin zien?