Goudkoorts
1 / 9
Tekst

Goudkoorts

Marco had zijn vader nooit goed begrepen. Niet toen hij als kind toekeek hoe de man met zijn handen de grond openkrabde bij de rivieroever in het Surinaamse binnenland, en ook niet nu — twintig jaar later — terwijl hij zelf kniediep in datzelfde bruine water stond met een gebarsten zeef in zijn handen.

Maar de goudprijs was de afgelopen maanden bijna verdrievoudigd. Zijn vader was dood, het huis stond op instorten, en er was niemand anders die kon helpen.

De zeef draaide langzaam in zijn handen. Zand, slib, zand. Goud is zwaarder dan zand — het zou achterblijven terwijl al het andere wegstroomde. Dat had zijn vader hem ooit uitgelegd. Maar er bleef alleen zand achter. Soms een donkere steen die even zijn hart deed opspringen. Nooit goud.

Verderop langs de oever waren mannen bezig met een graafmachine. Ze werkten snel en zonder te kijken wat ze achterlieten. De oever brokkelde af in grote brokken. Het water werd troebel en rood van het opgewervelde slib, alsof de rivier zelf begon te bloeden. Marco's zeef leverde daarna niets meer op.

"Dat heeft je vader ook nooit gewild," zei een stem naast hem.

Marco keek opzij. Een oude vrouw met een emmer stond naar de graafmachine te kijken. Ze had gerimpelde handen en ogen die hem aan niemand deden denken — en toch aan iedereen tegelijk.

"Kende u hem?"

"Iedereen in het dorp kende hem. Hij zocht hier ook jarenlang naar goud. Maar hij stopte altijd als de rivier het hem vroeg — als het water troebel werd of de oevers begonnen te schuiven."

Marco keek naar het rode, troebele water dat steeds verder opkwam. Hij dacht aan het huis. Aan de rekeningen die op de keukentafel lagen. Aan zijn vader die elke avond met lege handen thuiskwam, maar die zelf nooit leeg leek te zijn — alsof hij iets had gevonden dat zwaarder woog dan goud.

Hij liet de zeef langzaam zakken tot het water over zijn vingers stroomde.

Niet vandaag.
Begrijpend lezen
Waarom levert Marco's zeef niets meer op nadat de graafmachine begint?