De dans van de bij
1 / 9
Tekst

De dans van de bij

Achter de school van Mila lag een moestuin, en sinds deze zomer stond daar ook een bijenkast. Meester Joris hield al jaren bijen in zijn eigen tuin en had één kast mee naar school genomen. Mila vond bijen eigenlijk een beetje eng, want twee jaar geleden was ze in haar voet gestoken. Toch keek ze nieuwsgierig toe toen de meester op een warme middag de kast openmaakte.

Hij trok een kap met fijn gaas over zijn hoofd en tilde voorzichtig een houten raam met honingraten omhoog. Honderden bijen kropen over de kleine, zeshoekige hokjes. "Kijk eens naar die ene daar," zei hij zacht. Een bij liep steeds een stukje in een rechte lijn en schudde ondertussen heel snel met haar achterlijf. Aan het eind draaide ze een rondje, en daarna begon ze weer opnieuw.

"Dat is de kwispeldans," legde meester Joris uit. "Ze vertelt de andere bijen waar ze bloemen heeft gevonden." De richting van de rechte lijn laat zien waar de bloemen liggen, vergeleken met de stand van de zon. Hoe langer de bij met haar achterlijf schudt, hoe verder de andere bijen moeten vliegen. Mila keek met open mond toe, want ze had nooit gedacht dat zo'n klein beestje een soort kaart kon tekenen.

"En hoe vinden ze daarna de weg terug naar de kast?" vroeg ze. Volgens de meester letten bijen onderweg ook op de zon, en onthouden ze bomen, huizen en andere herkenningspunten. Vlak bij de kast ruiken ze bovendien de geur van hun eigen volk. Zo vinden ze hun eigen kast terug, zelfs als er tien andere kasten naast staan.

Toen de kast weer dicht was, vertelde meester Joris dat het met veel bijen in Nederland niet goed gaat. Op veel plekken worden gazons heel kort gemaaid en worden bloemen weggespoten met gif. Daardoor vinden bijen steeds minder voedsel, en sommige wilde soorten zijn al bijna verdwenen. "Elke bloem helpt," zei hij, "zelfs een paar paardenbloemen in een grasveld."

Die avond zag Mila haar vader met de grasmaaier naar het achterste stuk van hun tuin lopen. Daar stonden de klaver en de paardenbloemen al weken volop in bloei. Ze rende naar buiten en vertelde hem over de kwispeldans en over de bloemen die steeds verdwijnen. Haar vader krabde op zijn hoofd, maar spaarde uiteindelijk een strook van twee meter breed. De volgende ochtend zat Mila op haar hurken naast die strook. Ze telde zeven bijen, en ze was er geen moment bang voor.
Begrijpend lezen
Wat helpt bijen vlak bij de kast om hun eigen kast te vinden?