De beker kan me gestolen worden
1 / 9
Tekst

De beker kan me gestolen worden

Het jeugdtoernooi van voetbalclub De Meeuwen was bijna afgelopen. In de kantine stond de grote zilveren beker al op de bar te wachten op de winnaar. Om vier uur maakte Ilses moeder er nog een foto van, maar een kwartier later was hij verdwenen.

Al snel keek iedereen naar Ruben. Hij was de keeper van het team dat de finale met 3-0 had verloren. Na de laatste goal had hij tegen een stoel geschopt en geroepen: 'Die stomme beker kan me gestolen worden!' Nu fluisterden de ouders achter hun hand dat hij dat wel erg letterlijk had genomen. Ruben zelf stond met een rood hoofd naast zijn trainer en zei geen woord.

Ilse geloofde er niets van. Ruben zat bij haar in de klas, en hij was een slechte verliezer, maar geen dief. Bovendien had ze gezien dat hij om kwart voor vier met zijn team naar de kleedkamer ging. Toen hij terugkwam, waren zijn haren nog nat van de douche. Volgens zijn trainer had niemand de kleedkamer tussendoor verlaten.

Ilse besloot zelf op onderzoek uit te gaan. Op de bar, waar de beker had gestaan, rook het vaag naar citroen. In de prullenbak ernaast lag een gele doek vol zwarte vegen. Ilse haalde hem er voorzichtig uit en fronste. Zulke vegen kende ze van oma, die elke maand haar zilveren lepeltjes poetste. Daarna waren haar vingertoppen altijd zwart.

Ze keek de kantine rond. Iedereen stond in groepjes te praten, behalve Fenna, de dochter van de voorzitter. Normaal liep zij op toernooidagen juist overal rond om limonade uit te delen. Ze stond alleen bij het raam en hield haar handen diep in haar zakken. Toen Ilse naast haar ging staan, schrok ze zichtbaar.

'Mag ik je handen zien?' vroeg Ilse zacht. Fenna aarzelde, maar haalde ze toen langzaam tevoorschijn. Haar vingertoppen waren grijszwart.

Met tranen in haar ogen vertelde Fenna alles. Het was de laatste keer dat haar vader als voorzitter de beker mocht uitreiken. Ze had hem willen verrassen met een glimmende beker en was ermee naar het berghok gegaan om hem te poetsen. 'Maar toen iedereen ineens Ruben de schuld gaf, durfde ik niks meer te zeggen,' snikte ze.

Samen haalden ze de beker uit het berghok. Hij glansde zo fel dat je je eigen gezicht erin kon zien. Fenna liep ermee naar haar vader en vertelde wat er gebeurd was. Ze vertelde ook eerlijk dat ze Ruben zomaar de schuld had laten krijgen. Daarna liep ze naar Ruben toe om sorry te zeggen.

Ruben haalde zijn schouders op en grijnsde een beetje scheef. 'Hij is in elk geval nog nooit zo mooi geweest,' zei hij. Toen de voorzitter even later de beker uitreikte, klapte Ruben net zo hard als de winnaars.
Begrijpend lezen
Waarom vroeg Ilse of ze de handen van Fenna mocht zien?